Sinds mijn kindertijd droom ik geregeld over de thema’s van mijn OCD. Zelfs ’s nachts laat het me niet met rust. Zo heb ik bijvoorbeeld geregeld nachtmerries over mijn huisdieren, die ik daarin totaal vergeet en aan hun lot overlaat. Meestal zijn het konijntjes, want die had ik als kind. De konijntjes vind ik dan uitgehongerd en op sterven na dood, terug in een donker hoekje van hun veel te kleine hok. Oeps!
In mijn droom schreeuwt de OCD dan van ‘niet met verantwoordelijkheid om kunnen gaan’… Meestal word ik dan wakker met een knagend en alles verterend schuldgevoel (dierenbeul!), tot langzaam tot me doordringt dat het maar een nachtmerrie was en ik goed voor mijn huisdieren zorg. Zo heeft onze hamster een speciaal voor haar op maat gemaakt (!) terrarium van 140 bij 50, maar dat even tussendoor. 😉
Afgelopen nacht droomde ik opnieuw mijn vergeten-konijntjes-droom en galmde het woord ‘dierenbeul!’ weer door mijn slaperige hersenpan. Maar half wakker, half dromende, drong er wat besef tot me door: “Ik hoef mezelf niet zo te veroordelen. Dit is mijn OCD talking! Er is geen reden tot zorg.” In mijn droom werd ik milder voor mezelf. Een hele mooie gewaarwording.
Ik merk dat de relatie met mijn OCD langzaam verandert. Weg is het niet, maar het wordt leefbaarder. En vannacht kwam ik dus tot de ontdekking dat ook mijn OCD-dromen veranderen. Dat ook hier herstel* voorzichtig zijn intrede doet. Ik ben ervan overtuigd dat de ACT-cursus die ik volgde hieraan heeft bijgedragen. De bewustwording, mildheid en acceptatie die het bij me teweegbrengt beginnen steeds meer ‘eigen’ te voelen. Misschien kan ik zelfs stellen dat ik momentjes ervaar van ‘onbewust bekwaam’ zijn. Dat ik soms zonder er bewust over na te denken mijn OCD kan bijsturen.
Kleine lichtpuntjes die van grote betekenis zijn.
*Ik zie herstel niet als het verdwijnen van mijn klachten, maar er een leefbaardere houding tot vinden.


